“Zou je mijn vibrator willen pakken?”

“Het is misschien een beetje gek om aan je te vragen…” probeerde Annabel haar vraag nog voorzichtig in te leiden, “maar zou jij misschien mijn vibrator willen pakken?” Femke vindt het inderdaad nogal een gekke vraag. Ze schrikt zich kapot! Ze komt al een tijdje bij Annabel over de vloer vanuit een maatjesproject voor chronisch zieken. Annabel zit in een rolstoel en kan zich nauwelijks bewegen. En Femke gaat wekelijks bij haar op bezoek om gezellig te kletsen, de krant voor te lezen en soms samen op pad te gaan. Ze ziet er elke week weer naar uit. Maar deze vraag had ze totaal niet zien aankomen. Ze merkt dat ze er helemaal van ondersteboven is. Acuut stopt ze met dit vrijwilligerswerk. 

Achteraf zou ze hier wel anders mee omgaan, realiseert ze zich nu. Niet dat ze per se die vibrator zou pakken. Maar ze zou ook niet gelijk het contact verbreken.

Het is één van de vele voorbeelden die ik te horen krijg tijdens trainingen en workshops over seksuele intimiteit in zorg- en mantelzorgrelaties. Wanneer ik deelnemers vraag of ze een voorbeeld uit eigen ervaring kunnen vertellen, kun je vaak een speld horen vallen. Maar zodra één iemand met een voorbeeld komt, popt de ene na de andere ervaring op. Vaak diep weggestopt in de spelonken van ons brein. Weggeparkeerd. Maar niet minder aanwezig.

Of het nou tijdens een training is van vrijwillige maatjes, een Alzheimercafé, een training van vakantiebegeleiders voor mensen met een verstandelijke beperking of tijdens een college aan een hogeschool. Altijd zijn er volop ervaringen zoals deze vibrator-anekdote. En ze gaan vaak gepaard met een heleboel ongemak en onhelderheid. En vragen.

Wat doe je als je ziet dat een dementerende bewoner van een verpleeghuis hoteldebotel verliefd is op een medebewoner? Wat zeg je tegen haar partner die dit met een brekend hart aanziet? Wat doe je als je merkt dat een dochter haar dementerende vader niet met anderen alleen durft te laten omdat hij seksueel ontremd is en zulke genante opmerkingen maakt? Of wat raad je aan als iemand na het doorstaan van allerlei chemo- en andere therapieën zich wel weer eens sexy wil voelen bij zijn partner? Hoe pak je dit aan? Welke oplossingen heb je paraat? En vooral natuurlijk: hoe creëer je een sfeer waarbij mensen hierover durven te vertellen? Hun worstelingen met je durven te delen?

In (mantel-)zorgsituaties vormt aandacht voor seksuele intimiteit vaak de spreekwoordelijke elephant in the room. Iedereen voelt op de klompen aan dat lichamelijke intimiteit of het gebrek daaraan van enorme invloed is op iemands welzijn. Maar bijna niemand heeft het erover. De persoon die zorg ontvangt niet. Diens mantelzorgers niet. En ook de zorgprofessionals en vrijwilligers voelen een grote ongemakkelijkheid om seksualiteit ter sprake te brengen. Zelfs wanneer het thema in een rijtje met gespreksonderwerpen staat, bijvoorbeeld bij een intake, slaan mensen dit het liefst over. Op de invulformulieren lees je bij dit onderwerp dan meestal terug:

  • N.v.t.
  • Niet aan de orde
  • Geen bijzonderheden

Het zijn natuurlijk verbloemende manieren om aan te geven dat we er gewoon niet over durven te beginnen. Seksualiteit is in onze samenleving zo zichtbaar en aanwezig. Maar er echt over praten blijkt moeilijk. Veel mensen voelen zelf een grote drempel om het onderwerp aan te snijden. Of ze vermoeden schroom bij de ander.

En ik denk dat we er juist nu niet aan kunnen en willen ontkomen om hierover het gesprek aan te gaan. Als we willen dat mensen langer thuis kunnen blijven wonen èn hun mantelzorgers de zorg op een prettige manier vol kunnen houden. Ik merk dat alleen al het benoemen van een situatie veel onbegrip, verdriet, pure wanhoop en eenzaamheid kan voorkomen.

* Femke en Annabel zijn gefingeerde namen.

Aandacht besteden aan seksualiteit in uw organisatie? Lees de folder of neem rechtstreeks contact op met Hester Bats