Apeldoorn sociale stad

‘Volhouden, niet afschalen, en samen met anderen investeren in laten zien van goede voorbeelden.’ Dat is wat volgens communicatieadviseur Susanne van der Putt van gemeente Apeldoorn de komende jaren van belang is in de communicatie over het sociaal domein. Een gesprek met Susanne over de communicatie van transitie & transformatie.

Apeldoorn, elfde stad van het land, met 160.000 inwoners. Een jaar of vijf geleden staken de communicatiecollega’s in Apeldoorn de koppen bij elkaar. “We zagen veel op ons afkomen. Veel vragen over transitiecommunicatie, maar dat was het niet alleen. We zagen een enorme omwenteling in verwachtingen van de overheid richting burgers ten aanzien van hun zelfredzaamheid. Wat betekent dit nou, wat moeten we daarmee vanuit communicatie?” vertelt Susanne.

Hoe kun je mensen aanspreken?
Voor Apeldoorn was het de aanleiding om de campagne Samen Goed Voor Elkaar te ontwikkelen. Susanne: “We hebben er de tijd voor genomen. Zorgvuldig gedefinieerd wat willen we bereiken en hoe je dat voor het voetlicht brengt. Nagedacht over de vraag ‘hoe kun je mensen aanspreken?’” In het begin werd zelfs overwogen om het breder te trekken. Immers ook in het fysieke domein krijgen inwoners meer verantwoordelijkheden. “Zo waren er al pilots om mensen zelf openbaar groen in buurt te laten aanpakken.” Omdat je niet teveel hooi tegelijkertijd op je vork moet nemen, werd de campagne beperkt tot het sociaal domein. Dat was al breed genoeg. Er werden uitgangspunten geformuleerd voor een bureau. “In eerste instantie dachten we dat de regio zou aanhaken. Uiteindelijk deed alleen gemeente Brummen mee.”

Positieve campagne
De insteek was een positieve campagne, aansluiten bij wat al goed gaat. Het ging dus niet zo zeer over de veranderingen in de wet. Centraal staat het kleine, het dagelijks leven, het principe wat doe ik voor een ander? Susanne: “In die tijd vond je in de krant nog niks over dit onderwerp. We bedachten als campagnenaam ‘Samen goed voor elkaar’, met echte verhalen van Apeldoorners.” Een spannende fase. Waren er voldoende hulpvragers en hulpbieders te vinden die op deze manier in de publiciteit wilden komen? “Het lukte! Mensen die meededen werden herkend, kregen heel positieve reacties en werden ambassadeurs.”

De basis van de campagne is de website Samen goed voor elkaar in Apeldoorn, met inmiddels 13 verhalen over mensen in Apeldoorn die elkaar helpen zodat iedereen mee kan doen. Steeds in duo’s van hulpvrager en hulpbieder. Nog steeds komen er verhalen bij. Ook vind je er veel informatie waar je vrijwilliger kunt worden. Er kwamen advertenties in de huis-aan-huisbladen en de hulpvrager-hulpbieder verschenen op de billboards en muppies.

Apeldoorn scoort
De uitwerking verloopt gedifferentieerd. Zo lijkt de aanpak bij de Participatiewet meer op een marketingconcept waarbij werkgever en werknemer in het zonnetje worden gezet. De campagne wordt gekoppeld aan Apeldoorn Scoort (een netwerk van enthousiaste Apeldoornse ondernemers dat samen kansen creëert voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt) en strekt zich ook regionaal uit. Het Regionaal werkbedrijf doet volop mee. Susanne: “De betrokken sociale ondernemers zijn echte ambassadeurs. Andere ondernemers worden uitgenodigd bij werkontbijten. Bedrijfsconsulenten bellen bedrijven persoonlijk. En er is samenwerking met UWV en met de Felua. De aandacht richt zich ook op jongeren met arbeidsbeperking. Er worden films en banners gemaakt voor regionale bijeenkomsten met ondernemers waar je met ondernemers praat.”

Twee maal verschijnt een h-a-h krant Samen goed voor elkaar, gevuld met campagneverhalen en veel praktische info voor inwoners. Bijvoorbeeld: Er is een wasserijservice waar je goedkoop gebruik van kunt maken, of een scootmobielpool waar je gratis een scootmobiel kan lenen, en een gemeentelijke ziektekostenverzekering voor mensen met een laag inkomen en hoge zorgkosten. Het zijn echte bewaarkranten.

Geen evaluatie, wel feedback
Er is geen meting gedaan naar de resultaten van de totale campagne. Susanne: “We weten wel dat het bijvoorbeeld bij werkgevers goed heeft gewerkt, hier hebben we veel feedback van gehad. We zouden wel meer willen onderzoeken, maar dat kost veel geld dat er niet is. Wel hebben we nu wat meer metertjes op de campagnewebsite gezet. In de verhalen komen ook professionals uit organisaties voor zoals Stimenz en het jongerenwerk. Er is minder tijd voor de website en we gaan deze organisaties uitnodigen zelf ook de website te gaan vullen. “Achteraf kun je zeggen dat het handiger was geweest van begin af aan hierop in te zetten,” denkt Susanne hardop.

Veel bewonerscommunicatie
Met de inwoners is veel gepraat over de transities. De gemeente trok, samen met de zorgpartijen de wijken in. Vaak was wethouder Paul Blokhuis er bij. “Dat face to face contact heeft goed gewerkt. Inwoners konden vragen stellen, wat betekent het nu voor mij?” Daarnaast werden medewerkers van de gemeente getraind om de keukentafel gesprekken goed te kunnen voeren. Susanne: “We waren betrokken bij de communicatie richting bewoners: de bijeenkomsten, de brieven en folder die bij uitnodiging voor het keukentafelgesprek zat etc..”

Overload
Een dilemma is dat er door zoveel partijen informatie werd verstrekt. Susanne: “Stel je maar voor, een bejaarde mevrouw van 92, met een laag inkomen en gehandicapt. Wij boden een nieuwe zorgverzekering aan voor deze doelgroep. Andere zorgverzekeraars stuurden ook brieven met een aanbod. Vervolgens kwam er nog een gemeentelijke brief over de verandering huishoudelijke hulp van gemeente. Van het CAK kregen mensen een brief over de eigen bijdrage en als je een PGB had kreeg je daar ook post over. Onze inzet was: hou het zo eenvoudig mogelijk. Dat is best ingewikkeld want tegelijkertijd moet het ook kloppen. We hebben dus ook veel met juristen aan tafel gezeten.”

Het is niet allemaal ideaal. “Vooral voor oude mensen zijn de veranderingen moeilijk behapbaar. Eerst konden mensen nog kiezen telefonisch of een gesprek, maar al snel gingen we over tot alleen face-to-face gesprekken, het vraagt veel van mensen om te verwerken wat er verandert. Veel onrust, nog eens versterkt door wat er allemaal in de media verschijnt. Organisaties die failliet gaan. Mensen die bang waren rechten te verliezen en die in een brief lezen ‘uw indicatie loopt over een half jaar af, een paar maanden van tevoren krijgt u met ons een gesprek’. Dat is heel vervelend, al die maanden geen zekerheid.”

Ontmoetingsplekken: het oude buurthuis in ere hersteld
In Apeldoorn zijn de sociale wijkteams geen frontoffice. De indicatie gebeurt door drie loketten: De CJG voor jeugdhulp, het Wmo loket en het Activerium in het kader van de Participatiewet. Bij alle loketten vindt integrale intake plaats. Zodra er ‘multiproblems’ cq ingewikkelde problemen zijn, komt het sociale wijkteam in zicht. De wijkontmoetingsplekken vormen de voorkant. Participatie, werk,- en Wmo-begeleiding komt daar samen. “Het oude buurthuis is helemaal in ere hersteld. Ook mensen met een beperking kunnen hier terecht voor dagbesteding. In de circa 40 ontmoetingsplekken (www.ontmoetelkaarinapeldoorn.nl) kunnen wijkbewoners terecht voor activiteiten zoals dansles, en andere culturele activiteiten, maar je vindt er ook een repaircafe, activiteiten zoals samen eten, of mensen die op een Talentplek werkervaring opdoen. Bij de ontmoetings plus plekken is begeleiding. Professionals van tal van organisaties zoals Stimenz zijn hier aanwezig. Met de Ontmoetingsplekken hebben we een fijnmazig netwerk dat het sociale netwerk in de stad ondersteunt.”

Samenwerking CJG en huisartsen
Apeldoorn heeft fors ingezet op de doorontwikkeling van het CJG. In 2015 zijn vijf CJG-spreekuren opgezet in de verschillende huisartsenpraktijken. De pilot is zo goed bevallen dat het binnenkort wordt uitgebreid naar tien huisartspraktijken. “De CJG’s ontlasten de huisarts die voor opvoedvragen doorverwijst naar het CJG spreekuur en direct ook een terugkoppeling krijgt van het CJG. Bovendien zijn de huisartsen zo ook beter geïnformeerd over wat er allemaal gebeurt in het kader van lichte hulp in het voorliggende veld. Opschalen kan altijd nog,” zegt Susanne.

In de landelijke schijnwerpers
Nieuwsuur benaderde eind 2014 Apeldoorn met de vraag of ze letterlijk een kijkje in de keuken mochten nemen. “Dat was natuurlijk heel spannend. We hebben ‘ja’ gezegd, en alleen wat basisafspraken gemaakt zoals bijvoorbeeld geen framing: een wethouder interviewen en daarna iemand er achter zetten met commentaar. Die openheid belichaamde de visie van het College: we vertellen een eerlijk verhaal, kom maar kijken! Het was ook spannend voor de ambtenaren in zo’n drukke periode. Uit een opname rond een keukentafelgesprek bleek dat bezwaarmogelijkheden onvoldoende werden besproken. Daarop hebben we de procedure ongepast.”

De transitie zit er op en Apeldoorn is blij dat er geen grote ongelukken zijn gebeurd. Het besef is er dat we er nog lang niet zijn. De transformatie vraagt nog jaren. We zijn een lerende organisatie. Zo hebben we een Meldpunt Sociaal: inwoners vinden daar een collega waarbij ze kunnen melden als iemand tussen wal en schip dreigt te vallen of er dingen langs elkaar heen lopen. Die collega heeft dan de mogelijkheid om zaken recht te zetten. We willen samen leren met bewoners en organisaties.

Wanneer is de transformatie voltooid?
Susanne: “We moeten de komende jaren volhouden, niet afschalen, samen met anderen investeren en aansprekende, goede voorbeelden laten zien. Tegelijkertijd moeten we onze ogen er niet voor sluiten dat sommige maatregelen, bezuinigingen, voor bepaalde groepen pijnlijk zijn. Gedragsverandering vraagt zijn tijd.”