Groene cape

Ze zitten op het bankje dat uitkijkt over het vogelbroedgebied op Vlieland. Een ouder echtpaar dat met hun praktische jassen zo uit de ANWB-winkel lijkt te zijn weggelopen. De vrouw babbelt in haar mobiel. Daarom groet ik nog niet als ik met mijn vriendin aan kom lopen bij het uitzichtpunt. Ik wil zo’n belangrijk gesprek in de vrije natuur niet onderbreken. De man roept intussen de hond terug, die speels op ons af draaft. Mijn vriendin is bang voor dartele hondjes; daarom kijkt ze waarschijnlijk zuinig.

Als we vlakbij zijn barst de man ineens los tegen ons: “Ik heb genoeg gezien, we gaan al hoor.” Hij staat op en zijn vrouw maakt snel een eind aan het telefoongesprek. Pakt haar spulletjes. “Gadverdamme!”, scheldt de man verder terwijl hij zich steeds meer opwindt, “je lijkt wel een Turk!! Nee erger nog!!! Een vieze lesbische …” Hij struikelt over zijn eigen woede en wordt onverstaanbaar door alle uitroeptekens.
Ik ben overdonderd. Heb ik dit echt gehoord? Ik wil het van me af laten glijden, maar dat lukt niet zo snel. En het maakt me verdrietig dat iemand zó boos wordt, omdat ik, mijn vriendin … ja wat? Dat we niet bijtijds groeten? Hoe zou deze man zich uiten als er iets verschrikkelijks gebeurt? Ziekte, rampspoed en andere narigheid?

De rode of de groene cape
In zijn column in de NRC schreef managementgoeroe Ben Tiggelaar begin april over een gedachtenexperiment van psycholoog Pawelsky met een rode en een groene cape. Welke keuze maak je? Met de rode cape om ben je in staat het kwaad in de wereld te bestrijden. De groene cape geeft je het vermogen te vechten voor het goede. Met de rode cape ga je op pad om problemen op te lossen (oorlog, ziekte, armoede). Met de groene zoek je kansen om het welzijn van mensen te bevorderen. Tiggelaar komt erop uit dat je beide capes nodig hebt. En dat je nu eenmaal altijd rode sceptici en groene positivo’s hebt.

Ik weet het wel
Als ik mag kiezen, neem ik de groene. Want stel dat ik met mijn rode cape een einde maak aan die oorlog, ziekte en ellende, is dan alles pais en vree? Nee hoor. Gehuld in mijn rode cape kom ik die man gewoon weer tegen op Vlieland. En hij is opnieuw woedend over iets onbegrijpelijks. Maar ik kan niks doen, want aan de omstandigheden ligt het niet: de vogels broeden hun eieren uit en het spel van het zonlicht is betoverend. Hij ziet het niet. Stel dat ik de groene cape zou dragen, dan zou ik de man kunnen kalmeren. En hij zou eindelijk om zich heen kijken en de schoonheid zien.

Sprookjes
Ja dan denk jij natuurlijk: ‘sprookjes’. Maar ik weet het nog zo net niet. Soms denk ik vanuit mijn ooghoek een groene glimp te zien. En tijdens het Zomercongres Klein verzet, groot geluk meende ik zelfs een onmiskenbaar groen waas waar te nemen.

Vanochtend liep ik door het park langs achtertuinen naar kantoor. Iemand heeft bloemen geplant aan de buitenkant van de schutting. Ik moet glimlachen.

Contactpersoon