Wil de ware 'achterblijver'opstaan?

Er is een nieuw modewoord opgedoken op weg naar een aardgasvrije toekomst: de inclusieve energietransitie. In een week krijg ik een visitekaartje van een ‘adviseur inclusieve energiestrategie’, verschijnt een rapport met de veelzeggende titel ‘Naar een inclusieve energietransitie’ (Verweij Jonker Instituut) en krijg ik uitnodigingen voor meerdere online sessie over dit thema.

Auteur: Charlotte Post | Publicatiedatum: 3 juni 2021 | Leestijd: 2 minuten

Overheden zijn erop gebrand de energietransitie ‘betaalbaar en haalbaar’ te maken voor iedereen; dat bedoelen ze met inclusief. Zorgen dat iedereen kan participeren is op zichzelf een nobel doel. Er worden experimenten opgezet, nieuwe producten ontwikkeld (zoals de energiebespaarlening en -hypotheek) en kennis- en actienetwerken opgezet om van elkaar te leren. Alles met de hoop dat het draagvlak voor de energietransitie onder mensen die nog niet meedoen zal vergroten en uiteindelijk de energietransitie zal versnellen. Tenslotte is het de bedoeling om de klimaatdoelen te halen die we met elkaar hebben afgesproken in Parijs.

Wie doet niet mee?

Maar…. wie doet er nu eigenlijk niet mee? Wie daar meer van weet is het Overlegorgaan Fysieke Leefomgeving, een platform dat rijksoverheid en burgers, bedrijven en andere maatschappelijke organisaties met elkaar verbindt en laat samenwerken. Dit orgaan richt zich in haar onderzoek niet alleen op de koplopers en de middengroep, maar ook op de zogenaamde ‘achterblijver’ (bron). In hoeverre zijn zij in staat om gebruik te maken van beschikbare kennis, sociale netwerken en geld? En willen ze dat ook? De participatieladder die vaak gebruikt wordt in de relatie overheid en inwoners, is aangepast en er zijn tredes van empowerment aan toegevoegd. En wie zijn dan deze burgers die empowerment nodig hebben? Naam en toenaam graag!

Stereotiepe achterblijvers

Het valt mij op dat er in de vele beleidsstukken die ik onder ogen krijg, vaak gedacht wordt in stereotypen: de achterblijver is arm of allochtoon of spreekt niet goed Nederlands of woont in een achterstandswijk of is niet voldoende geïnformeerd of een combinatie van dit allemaal. De hypothese is dat als we de achterblijvers ontzorgen door belemmeringen weg te nemen, de achterblijver niet alleen kan maar ook wil.
In mijn werk en dat van mijn collega’s, in de wijken waar het moet gebeuren, is de dagelijkse praktijk echter weerbarstiger dan dat. Ook mensen die barsten van het geld kunnen en/of willen niet meedoen. Bijvoorbeeld omdat ze oud zijn, andere zorgen hebben, of liever nog even een paar jaar wachten totdat de techniek zijn waarde heeft bewezen. Sommige bewoners lezen de informatiekranten niet en komen niet naar informatiebijeenkomsten die georganiseerd worden, omdat ze al hun tijd nodig hebben om voor hun zieke moeder te zorgen. Ik spreek ook mensen met weinig geld, die weinig energie verbruiken gewoonweg omdat ze het niet kunnen betalen. Of mensen die hun huis enorm graag willen verduurzamen, maar pas als de vloer gedaan is en er een nieuwe keuken in zit.

Wie zijn de koplopers?

Kortom, ieder huishouden heeft zijn eigen verhaal en beweegredenen om nu wel of niet mee te doen aan de energietransitie. De term achterblijver suggereert dat er koplopers zijn. Uit de teleurstellende cijfers van het PAW (Programma Aardgasvrije Wijken) blijkt dat er tot nu toe ook nauwelijks koplopers zijn. In zekere zin kan 99.9% van de Nederlanders geschaard worden onder de noemer ‘achterblijver’. Dat neemt niet weg dat we moeten onderzoeken wat redenen zijn voor burgers om wel of niet mee te doen. Maar laten we terughoudend zijn in het bestempelen en kwalificeren van hele bevolkingsgroepen, zeker zolang we eigenlijk allemaal nog achterblijvers zijn.

Contactpersoon