Blog: Logeren bij de boer

Elke maand een weekendje uit logeren bij de boer? Dat klinkt als een leuk uitje. En dat is het als het goed is ook. Maar bij kinderen die een indicatie krijgen voor logeeropvang, gaat het om respijt voor de ouders. Zodat zij even op adem kunnen komen van de intensieve zorg voor hun kind. 

Kinderen met een ernstige beperking of gedragsproblematiek kunnen op grond van de AWBZ een indicatie krijgen voor ‘kortdurend verblijf’ in een instelling waar specifieke zorg gegeven kan worden. Voorwaarde is dat het kind permanent toezicht nodig heeft èn dat het logeren nodig is om overbelasting van de verzorgers / mantelzorgers te voorkomen.
Er zijn verscheidene zorgboerderijen die logeeropvang bieden. Het kan ook één logeerkamer zijn bij een woongroep, heel kleinschalige particuliere opvang, of logeeraccommodatie binnen een (grote) zorginstelling.
Met de transitie van AWBZ naar Wmo is logeeropvang een van de vele taken waar gemeenten over (moeten) beslissen.

Buiten de boot
Beroepskrachten in de logeeropvang maken zich zorgen dat er kinderen buiten de boot gaan vallen en zien al schrijnende gevallen. Een locatiemanager noemt als voorbeeld een meisje met een verstandelijk gehandicapte moeder en een ‘asociale’ vader. Van een aantal uren individuele begeleiding, gezinsbegeleiding en logeeropvang bleef na een herindicatie nog twee uur individuele begeleiding over. Dat is een drastisch verschil. Als het straks misgaat in het gezin is permanent verblijf in een instelling nog de enige optie die overblijft. Een grote instelling schat dat een op de acht ouders van hun logeerkinderen zelf een (verstandelijk) beperkt is.
Een orthopedagoge meent dat ouders van kinderen met ernstige gedragsproblematiek de logeeropvang misschien wel het hardste nodig hebben. Als deze ouders het niet meer aankunnen, kan dat het hele gezin beschadigen.

Eigen netwerk
Maar mensen hebben toch ook familie, een netwerk van kennissen en vrienden dat hen kan ondersteunen? Natuurlijk kunnen anderen veel betekenen en willen ze dat vaak ook. Daarnaast zijn er talloze gezinnen die regelmatig een ‘logeerkind’ opvangen. Maar beroepskrachten zien ook beperkingen. De stap om je kind naar een logeeradres te brengen is heel groot. Het voelt toch als een vorm van falen dat ze hun taak als opvoeder niet alleen af kunnen. Hulp inroepen van hun netwerk is een fase die ze op dat moment al lang en breed gepasseerd zijn.
En het ene kind is het andere niet: een kind opvangen dat een agressieve vorm van autisme zoals MCDD heeft, is niet iedereen gegeven.

Vertrouwd adres
Voor ouders brengt de overgang van AWBZ naar gemeente nog een heel andere vraag mee. Mag hun kind straks ook nog logeren bij die boer in Barneveld, terwijl ze zelf in een heel andere gemeente of provincie wonen? Die boerderij waar hun kind het zo naar zijn zin heeft, waar hij vriendjes heeft en uitstekend wordt opgevangen? Die logeeropvang die ze mede gekozen hebben, omdat ze er op zondag met de kinderen naar de kerk gaan?
Voor alle betrokkenen is het zaak dat gemeenten deze vorm van respijtzorg goed in beeld krijgen. Met de nodige creativiteit zijn er alternatieve vormen en arrangementen te bedenken, die ondersteunend zijn en minder duur zijn. Die in een eerder stadium ingezet kunnen worden om overbelasting te voorkomen. Maar als ‘uit logeren’ kan voorkomen, of op zijn minst kan uitstellen dat een kind naar een instelling moet verhuizen kan de keuze niet moeilijk zijn.

Henriëtte Neuijen

Kader:
Het wat en hoe van logeeropvang
Logeeropvang volgens het Besluit Zorgaanspraken AWBZ (artikel 9a):1. Kortdurend verblijf omvat logeren in een instelling gedurende maximaal drie etmalen per week, gepaard gaande met persoonlijke verzorging, verpleging of begeleiding voor een verzekerde met een somatische, psychogeriatrische of psychiatrische aandoening of beperking, of een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke handicap, indien de verzekerde aangewezen is op permanent toezicht.

2. Op de zorg, bedoeld in het eerste lid, bestaat slechts aanspraak indien ontlasting van de persoon die gebruikelijke zorg of mantelzorg aan de verzekerde levert, noodzakelijk is.
Dit betekent in de praktijk dat alleen cliënten met een intramurale ondersteuningsbehoefte, die ervoor kiezen thuis te blijven wonen, gebruik kunnen maken van het kortdurend verblijf.
Een indicatie Kortdurend verblijf is niet gebonden aan leeftijd. Het gaat bijvoorbeeld ook om dementerenden of mensen met niet-aangeboren hersenletsel. Kinderen vormen echter een grote groep.

Met name de aanscherping ‘permanent toezicht’ per 1 januari 2011 heeft als gevolg dat er beduidend minder indicaties worden afgegeven, indicaties niet verlengd worden, voor minder etmalen worden afgegeven of met een kortere geldigheidsduur. Indicaties worden afgegeven door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) en voor kinderen met een psychiatrische stoornis door Bureau Jeugdzorg. Het CIZ laat de indicatiestelling tegenwoordig steeds vaker over aan jeugdzorg. Een indicatie kan verzilverd worden via Zorg in natura of via het Persoonsgebonden budget.

Gegevens voor dit artikel zijn ontleend aan het onderzoek over logeeropvang dat Spectrum in 2013 uitvoerde in opdracht van zeven gemeenten in de regio FoodValley: Logeeropvang in FoodValley, december 2013.