Begrijp je mij?

“Ik zie mezelf nog zitten. Ik had een sollicitatiegesprek in het Nederlands. Het ging best goed. Op het einde zag ik dat Werner, met wie ik het gesprek had, positief was. Hij zei ‘ben je het er mee eens?’, maar ik begreep niet wat hij bedoelde. Ik woon pas twee jaar in Nederland en vroeg of hij op wilde schrijven wat hij zei. Dat deed Werner. Maar ik snapte niet wat er stond. Daarna vertelde hij met andere woorden wat hij bedoelde: ‘je mag hier komen werken, wil je dat?’ Mijn gevoel klopte. Hij was enthousiast en had goed nieuws. Maar op het moment zelf wist ik niet wat hij zei. En wist ik ook niet hoe ik moest reageren.”

“Ik ben twee jaar in Nederland. Ik leer elke dag nieuwe woorden. Als ik praat denk ik als een volwassene, maar ik gebruik de woorden van een kind. Dat is vermoeiend. Want ik wil precies kunnen zeggen wat ik bedoel. Maar dat lukt nu niet altijd. Ik zie dat mensen me soms niet begrijpen en toch ‘ja, ja’ zeggen.”

Geef vertrouwen
“Ik ben blij dat Spectrum me het vertrouwen geeft om er te werken. Ik merk dat ik en andere vluchtelingen niet altijd voor vol worden aangezien. Mensen vragen zich af wat we kunnen, wat we weten. We kennen de taal nog niet goed genoeg, maar dat betekent niet dat we minder weten of kunnen.”

“Ik heb in Syrië sociologie gestudeerd. Ik heb er een praktijk voor opvoedingsondersteuning opgericht. In Syrië wil iedereen op school goed presteren. Toen ik mijn inburgeringsexamen in één keer haalde, waren de Nederlandse mensen uit mijn buurt heel enthousiast: ‘Wat goed Loubna, wat geweldig dat je het hebt gehaald!’ Maar ik was niet blij. Ik had een negen en geen tien. Iedereen was zo trots, terwijl ik denk dat het toch niet heel bijzonder is. Ik heb gewoon voor dit examen gestudeerd.”

Even groot
“In het begin vond ik het wel moeilijk bij Spectrum. Ik keek tegen mijn collega’s op. Zij weten zoveel meer over Nederland. Ik voelde me klein. Maar daar heb ik een oplossing voor. In mijn gedachten maak ik mijn collega’s steeds kleiner. En mezelf groter. Totdat we even groot zijn. Dat is ook sociologie: hoe mensen met elkaar omgaan. Als we even ‘groot’ zijn, durf ik te zeggen wat ik denk en wat ik vind.”

“Vaak zijn het kleine woorden die het verschil maken in een zin. In de betekenis van de zin. In het Nederlands praten kost me veel tijd en energie. Maar ik zet door. Ook al is het vermoeiend. Ik wil graag écht in dialoog zijn met Nederlandse mensen. Ik zie te vaak om me heen dat vluchtelingen afhaken vanwege de taal. Dat ze niet duidelijk kunnen maken wat ze bedoelen. Ze worden niet begrepen.”

Praat met elkaar
“Weet je wat ik belangrijk vind? Dat er niet over vluchtelingen maar met vluchtelingen wordt gepraat. Als je met elkaar in gesprek bent, leer je elkaar kennen. Dan leer je om eens van een andere kant te kijken. Dan leer je ook wat van een andere cultuur. De opvoeding van kinderen in Syrië is bijvoorbeeld heel anders dan in Nederland. Voor mij is het heel normaal dat meisjes hun moeder helpen met schoonmaken. Pubers werken niet, die moeten zoveel mogelijk studeren. De ouders geven hun kinderen zakgeld. Zo hebben ze toch geld.”

Ik ben het anders gewend
“In onze opvoeding is het normaal om kinderen een tik te geven als ze niet luisteren. Dat mag in Nederland niet. Voor professionals is het goed om te weten welke verschillen er zijn. Een leerkracht in Nederland hoeft bijvoorbeeld niet meteen te denken dat een Syrisch kind wordt mishandeld als het een tik krijgt. Door in gesprek te blijven met elkaar, kan je elkaar begrijpen. En kunnen er oplossingen worden gevonden.”

“Ik wil bruggen bouwen tussen Nederlandse mensen en nieuwkomers. Ik wil dat mensen elkaar begrijpen. Dat er met elkaar gepraat wordt. Weet je als professional niet hoe je in gesprek kunt met nieuwkomers? Laat het me weten. Ik help graag het contact op te bouwen.”

Contactpersoon